Tuesday, July 6, 2010

Finca Tatin, deel 2

Mijn ritimpressie van Salama naar Finca Tatin:
Guatemala heeft prima openbaar busvervoer. Er zijn allerlei soorten, van zeert luxe tot rammelkasten. De meest zichtbare zijn de Chicken busses, oude Amerikaanse schoolbussen. Stevige apparaten die kennelijk niet kapot te krijgen zijn. Van Salama vandaan heb ik eerst zo een Chicken bus genomen. Kost bijna niets. In El Rancho moest ik overstappen. De volgende bus stond al klaar, eigenlijk een gewoon exemplaar, beetje oud, maar doet het nog goed. Alternatief was de zeer luxe bus die direct doorrijd, maar pas heel laat zou vertrekken. Dan zou ik zeker de boot naar Finca Tatin niet halen, terwijl ik daarvoor juist om 7:00 was vertrokken in Salama. Dus de gewone lijnbus maar genomen, kost ook een poep en een scheet, stopt wel een paar keer, maar rijdt heel stabbiel zonder wagenziek te worden. Daarna nog een keer overstappen in Rio Hondo (allemaal keurige aansluitingen) en totaal 6 uur later ben ik in Rio Dulce, ruim op tijd voor de lancha (boot) die maar 2x per dag vaart.
De andere bussen zijn de al genoemde luxe bussen die ik van Guatemala naar Flores heb gehad en de collectivos (kleine 14 passagiers busjes) en speciale charterbusjes. Allemaal best wel goed busjes, maar ze rijden als gekken en daar hou ik in de bergen niet zo van, zeker met slechte wegen wort ik kennelijk wagenziek.
Rio Dulce is een belangrijk knooppunt, eigenlijk een drukke straat vol met winkels. Een heel hoge brug over de Lago de Izabal en heel veel Lanchas.
Om 14:00 vertrekt de lancha eindelijk (moeswt 13:30 zijn). De boot gaat met een vaartje van ca 50 km per uur over het meer, soms gaat hij wat langzamer om wat minder golven te veroorzaken of om ons de gelegenheid te geven wat foto´s te nemen. Er zijn behoorlijk wat golven en dus klapt de boot enorm op het water, vergt wel enige zitkunst. Na een uur varen leggen we even aan bij Finca Tatin, waar ik dus aan wal ga, samen met Angela en Mariella, moeder en dochter uit Argentinie.
In de Finca zijn leuke gezellige gasten, het grootste deel uit Israel, de 2 al genoemde Argentijnse dames en later nog een Amerikaanse familie, moeder, tante en 2 dochters. Er valt heel wat af te praten en we maken in wisselende samenstellingen dagtripjes.
Een dagtrip (samen met de Israeliers en de Argentijnse dames) gaat naat de 7 Altares, de Playa Blanca en Livingston. Allemaal met de lancha over de Caribische zee. De 7 Altares zijn een aantal plateaus in een rivier, waarlangs prima te wandelen is en waarin je ook lekker kunt zwemmen. Grote hilariteit natuurlijk bij de eerste hoge sprong in een van de poelen. La Playa Blanca is een echt Caribisch strand, daar zou je niet meer weg willen. Prima zwemmen, te heet om te zonnen en gewoon luieren. Daarna hebben we Livingston nog bezocht, een stadje dat volledig geisoleerd ligt en feitelijk alleen met de lancha te bereiken is. Het bijzondere aan dit stadje is dat het wordt vbewoond door de Garifunas, de voormalige negerslaven die ook ergens moesten wonen na het afschaffen van de slavernij (net als Belize). De typische muziek van de Garifunas is een mengeling van Reggae, en marimba (denk ik, want ik hoor van alles). Livingston is aardig om even een uurtje doorheen te lopen, maar niet meer dan dat.
Het avondeten in de Finca wordt samen genuttigd, keuze uit twee soorten (vlees/vis - vegetarisch), uitstekend en gezellig.
De volgende dag samen met 2 Israelische meiden en een gids gewandeld naar een Q´eqchi-Maya dor. Een mooie wandeling door het schitterende regenwoud.De gids had een verrassing voor ons in petto, een duik in een meer in een donkere grot. Vergt wel wat voorbereiding, maar dan heb je ook wat. Er moest een ladder mee om er weer uit te komen. Ik ben even naar achter in de grot gegaqan, waar het water in de diepte verdwijnt, maar toen ik vleermuizen zag, dacht ik maar beter weer naar voren te gaan, je weet maar nooit of ze RabiĆ«s hebben (de kans is niet groot, maar je bent nagenoeg zeker ten dode opgeschreven, heb ik begrepen). Het water was heerlijk en het was ook wel spannend. Ik ben niet naar Lanquin en Semuc Champey geweest waar je vergelijkbaar vertier hebt, maar dan op veel grotere schaal, waar alle toeristen naar toe gaan, maar ik vond dit minstens zoveel charme hebben, maar dan zonder toeristen.
Het Q´eqchi Maya dorp maakt deel uit van een grote gemeenschap van dorpen, ca 9000 inwoners, die onder de naam Ak´tenamit zichzelf ontwikkelen en dat betalen uit de opbrengst van de Artesania. Er is een hospitaal en een speciaal opleidingsinstituut voor handwerkers. Ziet er allemaal prima uit, primitief, maar duidelijk een goede ontwikkeling.
Gisteren avond leuk zitten praten met de nieuw aangekomen Amerikaanse dames (Laura, Della en 2 prachtige dochters), met veel gemeenschappelijke belangstellingen (Avatar, reizen e.d.). Daarna heb ik besloten om weer verder te trekken, waarnaartoe weet ik nog niet, maar in de richting van Rio Dulce en daarna naar Lago Atitlan.
Vanochtend een zware en zeer natte boottocht gehad, met de boot van de Finca. Als ik vooraf had geweten hoe nat dat zou worden, van overspattend water, had ik mijn nog natte kleren aangetrokken. Helemaal zijknat, dus. Maar goed alles droogt.
In Rio Dulce ben ik een beetje lost en heb niet echt een plan. Vlak bij is de Canon de Boqueron, maar om een of andere reden denk ik dat ik eigenlijk maar mijn volgende plek moet zoeke bij Lago Atitlan en San Pedro. Deze reis is ook een kwestie van keuzes maken, ik zie meer niet dan wel, maar dat voelt goed. Dus om 13:00 vertrekt mijn (luxe) bus naar het westen. Ik heb de luxe bus maar genomen ($12,50), omdat die continu doorrijdt en in Guatemala moet ik nog overstappen, dus ik zal wel laat in Panajachel aankomen (liever niet, maar het is niet anders).

Foto´s van Finca Tatin en activiteiten:
http://picasaweb.google.com/recumbent.tom.picasa/FincaTatin#

1 comment:

citizen insane said...

I hope you got a nice flight! saludos Tom desde Guatemala!
Emilio Zapparoli